Hoewel zeker niet iedereen een muur mooi krijgt geschilderd of een robuuste tafel kan ontwerpen en maken worden de mensen die dat wél kunnen niet als kunstenaars gezien. Toch zijn er ook kunstschilders. Die verven geen muren, deuren of kozijnen, maar allerlei tafereeltjes op een doek van linnen of katoen.

Het gaat te ver om hier een lijst te geven van alle kunstschilders die bij ons bekend zijn. Door de eeuwen heen is dat namelijk een behoorlijk aantal namen geworden. Onze verre voorouders, degene die in de prehistorie leefden, maakten namelijk al kunst. Dat bestond toen uit schilderingen op rotswanden. In de loop der jaren is die ondergrond vervangen door papyrus, wat weer is afgelost door doek. Van oudsher werd dat van linnen gemaakt, maar nu wordt er (vanwege de kosten) meer op katoen geschilderd. Ook papier en karton zijn overigens nog niet uitgeserveerd. Sommige schilders maken er nog volop gebruik van.

Dat is te wijten, of te danken, aan het feit dat er zoveel schilderstijlen en -technieken zijn. Olieverf is bijvoorbeeld zwaar en prima geschikt voor op een doek. Een dunnere, lichtere verfsoort als aquarel kan het juist soms beter doen op papier. Daarnaast bepaalt de structuur van de ondergrond in sommige gevallen het eindresultaat en kan een kunstschilder bewust kiezen voor het ene of het andere materiaal.

De meeste schilderijen beginnen als tekening, een vakgebied waar veel schilders ook prima in thuis zijn. Met houtskool of een potlood wordt er eerst geschetst. Zo ziet de kunstenaar eenvoudig of het beeld wat hij in gedachten had er ook zo uitziet als hij dat heeft getekend. Vervolgens wordt het echte werk gemaakt. Hoe dat gebeurt is in handen van de kunstschilder. Soms ontlenen ze zelfs hun identiteit uit typische keuzes op dit vlak. Denk aan het soort verf, of het dik of dun wordt opgebracht en de dikte van de penseelstreken.