Zuurstof, water en voldoende voedsel zijn dingen die we nodig hebben om te overleven. Licht is niet zo’n basisbehoefte, maar als je lang in een donkere kamer bent wordt je daar knap depressief van. Dat klinkt misschien overdreven, maar dat is het niet. Niet voor niets voorzien we onze huizen van veel ramen en niet voor niets adverteren autoverkopers met grote ramen en glazen daken in hun modellen. Het is heel simpel: licht schept ruimte.

Soms is het echter moeilijk om een kamer lichter te maken. Als je eenmaal licht hebt is het niet zo moeilijk om dat te verspreiden: een paar flinke spiegels en je bent er. Maar hoe krijg je het licht binnen, met name in het geval van een kamer die niet aan een buitenmuur grenst? Je kunt daar niet zomaar een gat in de muur halen, dan kom je in een andere kamer of bij de buren uit. Als die kamer een plat dak heeft kan een lichtkoepel een uitkomst zijn. Een puist licht en een geweldige ventilatiemogelijkheid: wat wil je nog meer?

Lichtkoepels zijn al een oude uitvinding. De Romeinen hebben er een heel gebouw op gebaseerd: het Pantheon. Door het gat in het dak komt elk uur van de dag een ander gerichte lichtstraal het gebouw binnen en zet deze een ander beeld in het licht. Dat zul je thuis minder snel meemaken, maar het principe is gelijk: met een voldoende groot gat kun je een ruimte (of zelfs een gebouw) van genoeg licht voorzien.

Hoewel het aanbrengen van een lichtkoepel iets voor vakmensen is, een gat in je dak heb je niet zomaar en het waterdicht maken van de constructie is al ’n kunst op zich, is het geen geweldig grote ingreep. In een tijd waar dakkapellen met één dag worden geplaatst moet dat met een lichtkoepel ook probleemloos lukken. Het openen ervan kun je vervolgens zelf, mits je een model hebt besteld waar deze mogelijkheid aanwezig is. Een aanrader, zo kun je de ruimte namelijk ook even laten doorwaaien.