Wanneer water wordt verwarmd of gekookt kunnen de calcium- en magnesiumionen, in het water, een reactie aangaan met het water. Het resultaat is een vaste stof die calciumcarbonaat wordt genoemd. Deze stof is beter bekend onder de namen kalksteen of ketelsteen.

Kalkaanslag kan vooral vervelende gevolgen hebben voor verwarmingselementen omdat de stof warmte-isolerend werkt en dus de overdracht van warmte tegenhoudt. Hoewel calcium redelijk goed oplosbaar is in water zal kalksteen niet meer oplossen.

Men kan kalkaanslag voorkomen door aan het water een zogenaamde waterontharder toe te voegen. Een dergelijke stof zal ervoor zorgen dat de kalk zal neerslaan na de reactie met de ontharder. Verder kan men het water gaan verhitten voordat het bij het verwarmingselement is aangekomen. Hierdoor vindt er wel vorming van kalksteen plaats maar zal het verwarmingselement hierdoor niet worden aangetast. Het gebruik van een ionenwisselaar kan ook kalkaanslag voorkomen. Door bijvoorbeeld een soort hars te gebruiken kunnen calciumionen worden gewisseld voor natriumionen. De eigenschappen van het water zullen hierdoor nagenoeg gelijk blijven terwijl er toch geen kalkaanslag zal optreden.

Tegenwoordig kan men ook wasmiddelen gebruiken die de vorming van kalkaanslag tegen gaan. Door dergelijke wasmiddelen worden metaalionen immers omgezet in een complexere vorm van ionen die geen schade meer kunnen aanrichten aan apparaten.

Men kan ook zogenaamde membraanfiltratie toepassen. Dit houdt in dat het hard water door een zeer fijne filter worden geperst. Dit gebeurt onder erg hoge druk waardoor alle zouten in het water door deze vorm van hyperfiltratie uit het water worden gehaald.