Een trapleuning wordt doorgaans aangebracht om te voorkomen dat men van een trap valt. Men kan zich aan de leuning vasthouden bij het naar boven of naar beneden lopen op een trap. Soms wordt een trapleuning ook balustrade genoemd. Er zijn talloze manieren om een trapleuning vorm te geven. Zo kan men een trapleuning direct aan de muur naast de trap bevestigen of op een hekwerk van spijlen of planken maken.

Is de trapleuning aan de wand bevestigd dan kan men zowel een houten of kunststof leuning als een leuning van bijvoorbeeld dik scheepstouw gebruiken. De houten of kunststof leuning kan zowel een rechte als een afgeronde vorm hebben. Men kan er bovendien voor kiezen om een trapleuning slechts aan één zijde van de trap te construeren of aan beide kanten de trap van een leuning te voorzien. Hierdoor kan men soms een combinatie van een leuning aan de wand samen met een leuning die rust op spijlen of planken zijn.

Ongeacht welke leuning men ook kiest men met rekening houden met de juiste hoogte van de trapleuning. Deze mag niet te hoog maar zeker ook niet te laag worden bevestigd. Meestal worden trapleuningen op 80 tot 90 centimeter boven de traptrede gemonteerd. Bij deze montage dient men ervoor te zorgen dat de trapleuning stevig vast komt te zitten zodat men, indien nodig, een groot deel van het lichaamsgewicht op de leuning kan laten rusten zonder dat deze loskomt van de muur of van de constructie van spijlen of planken.