Binnen en buiten worden steeds meer één. Zeker in de zomer, als het goed weer is, zitten we liever in de tuin dan binnen in huis. De overgang verloopt steeds geleidelijker. Vroeger was de tuin een losstaand stuk, net als het huis dat was. Dat is verleden tijd: tuinmeubelen waren een eerste stap en barbecues en buitenkeukens zetten de trend van het buitenleven voort. Met een passende terrasvloer wordt het plaatje compleet en worden tuin en woning met elkaar verenigd.

Een goede terrasvloer moet aan veel eisen voldoen. Het begint met een aantal praktische punten. Zo moet de vloer tegen allerlei weersinvloeden bestand zijn en niet gaan rotten bij het eerste spatje regen dat erop valt. Daarnaast moet een terrasvloer niet gaan splinteren: veel mensen lopen buiten op sokken of zelfs op blote voeten. Het is uiteraard niet de bedoeling dat de vloer een rood kleurtje krijgt als je een paar keer heen en weer bent geweest. Dat wil overigens niet zeggen dat de vloer perfect glad moet zijn. Een ruwe ondergrond is juist prima, aangezien dat grip levert. Als laatste is het belangrijk, vooral voor degene die de terrasvloer maakt, dat het hout eenvoudig te bewerken is.

Traditioneel worden terrasvloeren, net als vlonders, van hout gemaakt. Verschillende soorten zijn geschikt: iroko, padoek, kempas en, het kon ook niet anders, teakhout. Een stof die inmiddels ook steeds vaker wordt toegepast is geen natuurproduct. Het is kunststof, al wekt het de indruk hout te zijn. De voordelen van hout zijn dan ook grotendeels overgenomen: een natuurlijke look en een robuuste uitstraling. Er zijn er nog meer, want een aantal nadelen van hout zijn niet op kunststof van toepassing. Denk bijvoorbeeld aan de onderhoudsgevoeligheid en het gemak waarmee ze kunnen worden verwerkt.