Meestal wordt met een terras een open zitplek in een tuin aangeduid. Een dergelijk plek is dan voorzien van een verharde ondergrond zoals bijvoorbeeld tegels, beton, hout of klinkers. Maar ook kan men een terras voorzien van schelpen, grind, kiezels of split. Om aan een terras de benodigde stevigheid te kunnen geven kan men er een aanzienlijk laag straatzand of puin, dat men heeft aangestampt, onder leggen.

Het aanleggen van terrassen is niet iets wat specifiek bij de huidige tijd hoort. Al in de oudheid legden bijvoorbeeld de Perzen al terrassen aan om hun tuinen te verfraaien. Maar andere beschavingen kenden het gebruik van terrassen zoals de Babyloniers en de Romeinen. Evenals de oude Perzen gebruikten deze volkeren terrassen om hun tuin vorm mee te geven. De terrassen zoals we die tegenwoordig kennen zijn vooral populair geworden gedurende de Renaissance. De mens kreeg in die tijd immers steeds meer de behoefte om de natuur onder controle te krijgen. Men legden daarom steeds meer tuinen aan waarin men ook steeds meer tijd door ging brengen. Een terras waarop men rustig kon vertoeven was derhalve dan ook een must.

De terrassen van vandaag de dag zien er weliswaar heel divers uit maar zijn qua functie ongeveer gelijk gebleven aan die in de Renaissance. Men wil graag op het terras kunnen zitten om te genieten van de tuin of van een mooie zomeravond. Een terras is tegenwoordig vaak een verlengde geworden van de woning waardoor men er steeds meer aandacht aan gaat besteden.