Aan zowel kunststenen, die uit zand en kalk zijn samengesteld, als aan bepaalde soorten natuursteen wordt de benaming kalkzandsteen gehangen. Om verwarring te voorkomen tussen de kunststeen en de natuursteen wordt de natuurlijke steen ook wel aangeduid met de term zandige- of zandhoudende kalksteen. Wanneer men af zou gaan op de hoeveelheid kwarts die zich het gesteente bevindt dan zou de term kalkhoudende zandsteen beter op zijn plaats zijn.

Doordat de natuursteen erg gunstige eigenschappen had voor de bouwsector heeft men geprobeerd om een kunststeen te maken die soortgelijke eigenschappen bezat. Dit leidde in 1880 tot een kunststeen die ook kalkzandsteen wordt genoemd. Deze steen benadert de eigenschappen van de natuursteen goed waardoor deze in die tijd erg populair werd.

In de bouwsector gebruikt men voor de kunststeen regelmatig de benaming metselsteen. Deze kunstmatige kalkzandsteen wordt gemaakt door zand (92 procent) met ongebluste kalk (7 procent) en wat water (1 procent) goed met elkaar te vermengen en in een vorm tot een steen te persen en deze onder stoomdruk te verharden.

Tegenwoordig wordt kalkzandsteen vooral gebruikt voor muren binnenshuis. Dit in tegenstelling tot in het begin van de twintigste eeuw, toen werden ook gevels van grote gebouwen en huizen van kalkzandsteen opgetrokken. Door aan de, van origine witte, kalkzandsteen kleurstoffen toe te voegen kon men variatie aanbrengen. Deze varianten werden voornamelijk gebruikt voor het vervaardigen van ornamenten. Mede door de grote kwetsbaarheid van de kalkzandsteen voor invloeden van buitenaf is het gebruik van deze steensoort steeds meer in onbruik geraakt.