Iedereen die wel eens op de snelweg rijdt kent ze: geluidsschermen. Vaak zijn het geen hoogtepunten van mooie architectuur, al zijn er uitzonderingen. In Nederland is er bijvoorbeeld een autodealer (de duurste van het land, zelfs) ín een geluidswal gevestigd. Toch gaat het bij deze geluidsschermen niet om hoe het eruit ziet, maar of ze helpen om geluidsoverlast tot een minimum te beperken. Hoewel geluidsschermen of geluidswallen vooral worden gebruikt om geluidshinder van weg- of spoorverkeer te verminderen kunnen ze ook in particulieren tuinen worden toegepast.

Natuurlijk sluit het één het ander niet uit: er zijn ook zat woningen en tuinen die direct aan een belangrijke weg of spoorlijn grenzen. Wanneer de gemeente, de provincie of de overheid geen maatregelen treft is het beter om dat zelf te doen, dan je daar elke dag over op te winden. Een goed geluidsscherm kost een paar centen, al vallen de prijzen best mee, een rustige woonomgeving is de meeste mensen een hoop geld waard.

Bij de aanschaf van een geluidsscherm zijn er een aantal dingen waar je goed op moet letten. Het eerste aspect is de hoogte: hoe hoger een geluidsscherm, hoe effectiever het is. Dat wil niet zeggen dat je meteen een scherm van tien meter hoogte moet bestellen: soms is dat namelijk helemaal niet nodig. Welke hoogte optimaal is hangt af van de afstand tussen de geluidsbron (de spoorlijn, bijvoorbeeld) en de afstand tot de plaats waar het ‘stil’ moet zijn (het huis of de tuin). Via Internet zijn er veel tips en aanwijzingen te vinden over dit onderwerp en eventueel kun je ook een professional vragen (of inhuren) om de situatie te komen bekijken. Voordeel van dat laatste is dat die precies weet wat ergens voor nodig is en hij de materialen niet alleen kan aanprijzen, maar eveneens kan leveren.