Energie is een natuurkundige grootheid. De internationale eenheid om energie in uit te drukken is de joule. Vaak duidt men energie aan als de mogelijkheid om arbeid uit te kunnen voeren. Energie kan men in drie soorten onderverdelen: potentiële energie, kinetische energie en inwendige energie.

Potentiële energie is de energie die in een object aanwezig is of erin opgeslagen ligt. De energie is het gevolg van de plaats waarin dit object zich bevindt binnen een krachtsveld of ten gevolge van een bijzondere toestand waarin het voorwerp zich bevindt.

Kinetische energie die ook wel onder de naam bewegingsenergie bekend staat is een vorm van energie die een lichaam heeft doordat het in beweging is. De hoeveelheid energie hangt samen met de snelheid en de massa.

De term inwendige energie is afkomstig uit de thermodynamica en is een vorm van energie die aan materie is gebonden. De energie bestaat uit de som van een aantal vormen van energie waaronder de bewegings- en de bindingsenergie van de moleculen waaruit de stof is samengesteld.

Energie staat in het dagelijks leven meestal synoniem voor opgewekte warmte. Dit kan energie zijn die in voedsel ligt opgeslagen en die de mens om kan zetten in brandstof voor het lichaam. Maar ook de warmte die een energiecentrale wordt opgewekt wordt energie genoemd. Bij beide soorten energie vindt er verbranding van energiehoudende stoffen plaats. Door de verbranding komt de energie vrij en kan worden gebruikt om processen in gang te zetten en/of deze processen ook in gang te houden.