Vooral in dorpen en buitenwijken hebben een flink aantal mensen geen oprit van steen, beton of asfalt, maar een die bedekt is met grind. Het geeft een wat speelsere indruk dan een laag tegels, terwijl het wel stevig blijft en een zware auto er niet in weg kan zakken. Bovendien is het niet zo fijn als zand: de verschillende kiezels hebben vaak wel een doorsnede van één centimeter, maar vaak zijn ze groter. De grootte is bovendien verschillend: er bestaan fijne en grove soorten grind.

Het produceren van grind geschiedt op verschillende manieren. Soms wordt het grind als zodanig gewonnen, bijvoorbeeld aan de over van een grote rivier, maar soms wordt het ook kunstmatig ‘gemaakt’. Dat wil niet zeggen dat er een of andere substantie in mallen wordt gegoten en deze wordt gebakken, maar wél dat stenen machinaal worden ‘versnipperd’ tot grind en kiezels. Een goede manier daarvoor is om ze in een centrifuge te doen: de stenen knallen tegen elkaar waarbij er stukken afbrokkelen en bovendien wordt het grind enigszins gepolijst. Dat laatste is bij siergrind best belangrijk. Het is niet zo dat de kiezels er als gladde knikkers uit moeten komen, maar vlijmscherpe randen zijn ook niet de bedoeling.

De toepassing van grind verschilt. Zoals gezegd wordt het voor opritten gebruikt, maar ook in de achtertuin zijn er meer dan genoeg plaatsen te vinden waar het perfect tot zijn recht komt. Op tuinpaden, bijvoorbeeld, maar ook ín de tuin. Dat klinkt misschien raar, maar in een afgeschermd perkje met een klein aantal planten (een aantal scheuten siergras, bijvoorbeeld) kan het grind een schitterend contrast vormen met de kleuren uit de tuin.

Grind is jammer genoeg niet zo goedkoop als velen zouden wensen. Hoe je betaalt verschilt per leverancier: soms gaat het per ton (gewicht), andere keren per volume (kubieke meter). Om toch een indicatie te geven: voor 125 euro heb je al een ton siergrind van een veel voorkomende soort, terwijl je voor apartere typen meer moet neertellen. Dan kun je denken aan drie- tot vijfhonderd euro per ton.