De eerste tekenen van bouwkunst gaan ver terug in de wereldgeschiedenis. De Grieken en de Egyptenaren zijn misschien de oudste volkeren waarvan nog gebouwen zijn overgebleven, ook daarvóór werd er al flink afgeklust. Wat veel mensen niet weten, of waar ze niet bij stilstaan, is dat er in die periode ook al daktuinen werden aangelegd. Toch is het verschijnsel niet zo bekend. Logisch, eigenlijk: er was ruimte zat rondom de huizen en dat bood veel meer mogelijkheden voor beplanting! Nu zijn daktuinen weer in opkomst. Ook dat is logisch: ruimte is een kostbaar goed in de hedendaagse Westerse wereld, zeker in de grote steden.

Voordelen zijn er dus zat. Allereerst is de ruimtewinst die je boekt: een plat dat wordt maar zelden gebruikt zodat de aanleg van een daktuin eigenlijk geen ruimte ‘kost’. Daarnaast ‘bespaar’ je ergens anders ruimte, doordat je de tuin op het dak plaatst. Een ander pluspunt is de isolatie die zo wordt gecreëerd. Een duidelijk geval van twee vliegen in één klap, dus. Verder gaat de dakbedekking over het algemeen langer mee en vraagt deze minder onderhoud.

De verstokte voetballiefhebber voelt de bui echter al hangen: zoals Johan Cruijff ooit zij ‘heb’ inderdaad ‘elk voordeel ook z’n nadeel’. Daktuinen zijn daar geen uitzondering op. Nadelen zijn misschien niet eens het goede woord, maar er zijn zeker een aantal dingen waar je goed op moet letten. Houd bijvoorbeeld rekening met de maximale belasting van het dak. Kies dus voor lichte materialen (geen kilo’s grind of zand) en planten. Je kunt daar overigens een beetje mee sjoemelen door planten aan de muren te bevestigen, bijvoorbeeld in een aantal hangende plantenbakken. Het geeft meteen een groen en vrolijk beeld, maar vergt niets van het dak zelf.