Terwijl het grootste deel van de bevolking kiest voor een strak ontwerp als ze een nieuwe keuken gaan uitzoeken zijn er ook mensen die zweren bij een keuken in een traditionelere look. Dit soort keukens komt vooral tot recht in huizen van flink formaat, die bij voorkeur al wat jaartjes staan. Ook op boerderijen kom je deze stijl veel tegen, temeer omdat die huizen zelf al een klassieker uiterlijk tentoon spreiden.

Dat de keuken er wat ouder uitziet hoeft gelukkig niet te betekenen dat je er qua voorzieningen en comfort op achteruit gaat. Een koel-/vriescombinatie is gewoon aanwezig, net als een mooi fornuis (soms zelfs zo’n oude, die de fans het water in de mond doet lopen) en een oven. Maar ook de wat modernere functies als een vaatwasser, combi-magnetron en espressomachine hoeven niet te ontbreken.

Waar het verschil met de moderne keuken dan wél in zit? Voornamelijk in kleur- en materiaalkeuze. In designkeukens die volgens de laatste mode zijn ontworpen wordt veel gebruik gemaakt van strakke lijnen en grote vlakken. Kleuren die veel worden gebruikt zijn wit, zwart en zilvergrijs: naar mening van sommigen met een kil resultaat als gevolg. Een traditionele keuken is veel warmer: in plaats van wit is de hoofdkleur vaak crème. Een tint als bordeaurood of ouderwets groen kan echter ook geweldig staan! Aluminium en RVS worden in een traditionele keuken niet veel gebruikt, in ieder geval veel minder dan in een moderne. Hout en graniet, daarentegen, worden juist meer toegepast. Plinten met een gefreesd profiel, kastdeurtjes met reliëf en duidelijk aanwezige deurknoppen of -grepen zijn eveneens goede voorbeelden van de stijl van een traditionele keuken.

Het plaatje van zo’n keuken is compleet als er een grote, liefst houten, eettafel naast staat. Ook accessoires spelen een belangrijke rol. Ouderwetse (of ouderwets uitziende) potjes zijn geweldig geschikt om nisjes of lege planken op te vullen en dompelen de gebruiker nog verder onder in de nostalgische belevenis.