Een waterpas is een meetinstrument waarmee men kan bepalen of een lijn of vlak precies verticaal of horizontaal is. De conventionele waterpas is een instrument dat bestaat uit een harde en starre ondergrond en een transparant krom buisje van glas of kunststof. In dit buisje zit een gekleurde vloeistof (vaak antivries) met daarbij een luchtbel (de libel genoemd). In het midden van het buisje zijn een tweetal streepjes aangebracht op een afstand van elkaar die even groot is als de luchtbel. Iets is waterpas wanneer, na het plaatsen van de waterpas, de luchtbel precies tussen de twee streepjes komt te liggen.

Tegenwoordig zijn er echter ook laserwaterpassen in de handel. Een dergelijke waterpas wordt op een statief geplaatst dat horizontaal kan worden rondgedraaid. Ondanks de snelle technologische ontwikkelingen van de laatste jaren maakt de laserwaterpas nog steeds gebruik van afleesglaasjes waarin een libel zit om te kunnen bepalen of iets waterpas staat of juist niet. Bij een laserwaterpas wordt doorgaans een glaslaser gebruikt met een laag vermogen . Dit wil zeggen dat het infrarood licht op een laag vermogen gepulseerd wordt.

Het gebruik van laser is echter niet geheel ongevaarlijk. Door onkundig gebruik kunnen er namelijk gemakkelijk oogbeschadigingen ontstaan. De laserwaterpassen die in de handel worden verkochten dienen daarom van een classificatie te zijn voorzien die aangeeft hoe gevaarlijk de laser is. Dit gebeurt door het geven van een cijfer van 1 tot en met 4. Hierbij betekent een 1 ongevaarlijk terwijl het cijfer 4 juist staat voor zeer gevaarlijk.