Tegels zijn een ideaal middel om uw vloer mee te bedekken vooral in de ruimtes die u het meest gebruikt, want tegels zijn gemakkelijk te onderhouden en relatief simpel zelf aan te leggen. Men maakt onderscheid tussen het betegelen van wanden en vloeren. Het betegelen van vloeren gaat als volgt te werk.

Men bereidt de ruimte voor, daarbij is het wijs om rekening te houden met de oppervlakte, egaalheid en check of de muren haaks zijn (dat is simpel te checken door middel van afmetingen; meet de lengte van de muren op en kijk dan of de diagonalen gelijk zijn aan mekaar). Bij de eerste rij tegels kijkt men allereerst hoe ver de tegels komen, leg daarbij de tegels eerst uit en kijk hoeveel centimeter van de laatste tegel af moet, haal dit dan van de eerste af voor een mooier resultaat. Hierna kan men de tegels gaan leggen en zo verder gaan met de volgende rijen. Om te zorgen dat de tegels evenwijdig aan elkaar liggen kan met tegelkruisjes bevestigen.

Dit geldt ook voor een ruimte met niet haakse muren, maar hierbij gaat men anders te werk bij het aanleggen. Hierbij kan men anticiperen door de eerste rij tegels in te korten en de volgende tegelrijen iets langer te maken. Na het gewenste oppervlak betegeld te hebben kan men na het voegmiddel toegevoegd te hebben eventueel de plinten bevestigen.

Bij het betegelen van een wand gaat men hetzelfde te werk, alleen dan gebruikt men wandtegels in plaats van vloertegels.