Het, ten opzichte van elkaar, verspringen van metselstenen wordt in de bouwkunde betiteld als het (metsel)verband. Men laat de steen verspringen om op die manier breuklijnen te kunnen voorkomen. Door het aanbrengen van een verband ontstaat er een stevigere samenhang tussen de verschillende delen van bijvoorbeeld een gemetselde muur. Maar ook krijgt men een aantrekkelijker uitziende muur door het aanbrengen van een metselverband.

Metselen is niet iets wat alleen bij de moderne tijd hoort. De metselkunst is immers al erg oud en in de loop van de tijd zijn er steeds weer nieuwe metselverbanden ontstaan. Er zijn metselverbanden die men alleen in bepaalde streken veel toepastte. Deze vormen zijn vaak te herkennen aan de benamingen waarin een specifieke plaats of regio wordt aangeduid. Maar voor elk metselverband geldt dat het zijn eigen specifieke kenmerken en toepassingsgebieden heeft.

Voor het bouwen van een halfsteense muur gebruikt men meestal een halfsteensverband maar ook een klezoren-, een Engels- of kettingverband zijn goed toepasbaar voor het metselen van een dergelijke muur. Bij het metselen van een steensmuur gebruikt men in de meeste gevallen een kruisverband omdat de stenen daarbij het beste in elkaar grijpen. Dit is namelijk bij andere verbanden veel minder het geval. Desondanks komt het ook voor dat er een Vlaams-, een wild-, koppen-, patrijs-, of kettingverband wordt gebruikt voor steensmuren. Voor muren die gebogen zijn zoals bijvoorbeeld het geval is bij windmolens of torens gebruikt men het liefst een koppenverband omdat dit type metselverband het beste de gebogen lijnen kan volgen.